Algemene uitleg, geen advies
Factuur of faktuur: de juiste spelling
De juiste spelling is factuur. De Woordenlijst Nederlandse Taal (het Groene Boekje) kent alleen die vorm. Zoek je "faktuur" op, dan vind je niets.
Dat de vraag zo vaak gesteld wordt, is logisch. Je spreekt het uit als "fak-tuur", en bij veel leenwoorden is de c ooit een k geworden, zoals bij kantoor (Frans comptoir) of kritiek (Frans critique). Bij factuur is de k nooit de voorkeurspelling geworden. Tot 1995 bestond er een "toegelaten" spelling naast de voorkeurspelling bij sommige leenwoorden, maar die dubbele spelling is met de spellingregels van 1995 afgeschaft. Er is nu één officiële vorm.
Afgeleide woorden
Alle woorden met factuur houden de c:
| Juist | Onjuist |
|---|---|
| factuur, facturen | faktuur, fakturen |
| factureren | faktureren |
| facturatie | fakturatie |
| factuurnummer | faktuurnummer |
| factuurdatum | faktuurdatum |
| verkoopfactuur | verkoopfaktuur |
Het meervoud is facturen, niet factuuren of factuurs.
Waar komt het woord vandaan?
Het Nederlandse factuur is rond 1600 overgenomen uit het Franse facture. Waar dat Franse woord vandaan komt, daarover verschillen de etymologische woordenboeken. Het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands ziet facture als een verkorting van lettre de facture, gevormd bij facteur (zaakgelastigde, van Latijn factor). Andere woordenboeken leiden het af van het Latijnse factura, "het maken" of "maaksel". Beide gaan terug op het werkwoord facere: maken, doen.
De oudste vindplaats in het Nederlands is van rond 1600, in de zin "daer ghy de specificatie in de facture affvinden sult": de factuur als lijst van wat er geleverd is. Dat is precies waar een factuur nog steeds voor dient.
In andere talen
In het Engels is het invoice, in het Duits Rechnung en in het Frans nog steeds facture. Wil je een factuur in het Engels maken, kijk dan bij de Engelse factuurgenerator.